Ademhalingsbescherming

Adembeschermingsproducten moeten, zoals bij alle andere persoonlijke beschermingsmiddelen, worden gebruikt in het geval technische ofprocedurele maatregelen niet afdoende bescherming bieden tegen vervuiling in de omgevingslucht of bij gevaar voor zuurstofgebrek.De keuze van een adembeschermingsproduct is mede afhankelijk van een aantal criteria zoals:
zuurstofgehalte,mate van luchtvervuiling,mobiliteit van de gebruiker ende benodigde protectiefactor.Men onderscheidt twee groepen ademhalingsbeschermingsmiddelen:
– afhankelijk van de omgevingslucht
– onafhankelijk van de omgevingslucht
1. Filtertoestellen
De lucht wordt gezuiverd door een filter. De drager is mobiel. Het filterheeft een beperkte gebruiksduur. Subdivisies in deze groep:
Filteren onder negatieve druk zoals wegwerp-, half- en volgelaatmaskers met filtersFilteren onder positieve druk zoals aanblaasfiltersystemenmet een luchtkap of masker.  | Filtreertoestellen afhankelijk van de omgevingslucht mogen nooit ingezet worden in situaties die direct levensbedreigend kunnen zijn. |
2. Perslucht ademtoestellen
De lucht wordt geleverd vanaf een externe bron; bv. compressor of cilinders. De drager is aangesloten aan een toevoerslang of draagt eenpersluchtfles. De drager is door de ademluchtslang minder mobiel. Subdivisies in deze groep:
Niet-autonome toestellen zoals persluchtfiltersystemen.Autonome toestellen zoals persluchtflessen.  | Een persluchttoestel kan geschikt zijn voor gebruik in situaties die direct levensbedreigend zijn of omstandigheden met zuurstofgebrek. |
PROTECTIE FACTOR (PF)De PF is een meeteenheid voor de efficiëntie van het adembeschermingproduct en volgt uit de Europese norm waarnaar het product is getest engekeurd. Hoe hoger de PF des te beter het beschermingsniveau. Het doel van de PF is om een selectie te kunnen maken tussen de diverse adembeschermingsproductenn.a.v. de risico-inventarisatie. In de praktijk worden twee protectie factoren toegepast:NPF Nominale Protectie Factor: PF die wordt vastgesteld n.a.v. de betreffende EN norm.APF Assigned Protection Factor: PF vastgesteld n.a.v. werkpleksituaties en nationale regelgeving.
MAXIMAAL AANVAARDE CONCENTRATIE / BELGISCHE GRENSWAARDE (MAC / BG-WAARDE)Veel individuele gassen, dampen, nevels en stoffen zijn van overheidswege uit voorzien van een bepaalde MAC/BG-waarde. Indien eenwerkplekconcentratie van een dergelijk gas, damp, nevel of stof boven de MAC/BG-waarde blijft is de inzet van adembeschermingsmiddelennoodzakelijk. Dit moet tevens blijken uit de risico-inventarisatie van de werkplek. Raadpleeg de locale overheid naar de MAC/BG-waarden.
IN DE PRAKTIJK WORDT DE PROTECTIE FACTOR (PF) ALS VOLGT GEBRUIKT:De PF wordt vermenigvuldigd met de MAC waarde van de gas, damp, nevel of stof ten einde de maximale werkplekconcentratie te vinden.Bv. MAC/BG waarde voor chloor is 0,5 ppm. NPF voor Junior A met Compact Air Plus is 50. Werkplekconcetratie mag dan niet hoger zijndan 50 x 0,5 ppm = 25 ppm.
KLASSEN EN MARKERING VAN FILTERTOESTELLEN
Voor het filteren van stof/partikels wordt meestal een zeer fijn papieren materiaal gebruikt dat de stofdeeltjesmechanisch of elektrostatisch filtert. Dit papier filtert geen gassen en dampen. Gassen en dampenworden gefilterd met behulp van een speciale actiefkooldat de schadelijke gassen dampen chemisch weet teadsorberen aan de poreuze kool.
Stofdeeltjes zijn zwevende vaste deeltjes die wordengegenereerd tijdens de verwerking van organische ofanorganische substanties. Stofdeeltjes kunnen mineralen, metalen, koolstof, hout of stof van gewassen zijn, maar ookverschillende vezels, zoals asbest, silicaat en fiberglas zijn.
Dampen, verdampende metalen veroorzaken dampen tijdens het afkoelen. Hete materialen reageren metzuurstof zodat er oxiden ontstaan. Het smelten van lood leidt bijvoorbeeld tot oxidedampen; bij het lassen komenijzeroxide en andere dampen vrij.
Rook bestaat uit kleine koolstof en roetdeeltjes die zowel vloeibare druppels als vaste deeltjes bevatten.
Mist bestaat uit zwevende druppels die ontstaan wanneer een vloeistof zich verspreidt in de lucht in de vorm vankleine deeltjes, bijvoorbeeld oliemist tijdens de metaalbewerking,bij het snijden of slijpen.
Micro-organismen, bijvoorbeeld bacteriën, virussen,sporen.
Radioactieve deeltjes worden gevormd als gevolg van radioactieve straling.
Vooral bij laswerkzaamheden kunnen combinaties schadelijke stoffen, gassen en dampen ontstaan. Voor uitgebreide informatie overde schadelike dampen verwijzen wij u naar de volgende folder.
NUMERIEKE MARKERING (Classificatie)
Stoffilters en systemen worden gemarkeerd met de nummers 1, 2 of 3. Dit verwijst naar de filterefficiency en uiteindelijk de Protectie Factor.
| Filtertype P1 en FFP1 | hinderlijk zwevend stof (MAC-waarde groter dan 10mg/m3) |
| Filtertype P2, FFP2 | schadelijk fijnstof (MAC-waarde tussen 0,1 en 10mg/m3) |
| Filtertype P3, FFP3 | giftig fijnstof (MAC-waarde kleiner dan 0,1 mg/m3; alleen i.c.m. volgelaatsmasker) |

Gasfilters beschermen tegen schadelijke of verontreinigende dampen of gassen. In de meeste gevallen gebeurt dat door adsorptie in een actief-koolfilter. Gasfilterskunnen worden gecombineerd met een stoffilter. Bijvoorbeeld een A2P3 filter is een veel gebruikte filter. Gasfilters voor half-gelaatsmaskers, volgelaatsmaskers (EN 141)en aanblaasfiltersystemen (EN 12941 / 12942) worden geclassificeerd in drie categorieën afhankelijk van de capaciteit (adsorptievermogen).
| Capaciteit gasfilter |
| Klasse | Capaciteit | Max. testconcentratie EN 141 Negatieve druk filtertoestellen | Max. testconcentratie EN12941/12942 Aanblaasfiltersystemen |
| Klasse 1 | Lage capaciteit | 1000 ppm (0,1%) | 500 ppm (0,05%) |
| Klasse 2 | Medium capaciteit | 5000 ppm (0,5%) | 1000 ppm (0,01%) |
| Klasse 3 | Hoge capaciteit | 10000 ppm (1%) | 5000 ppm (0,5%) |
| |
Voor de duidelijkheid welk filtermedium wordt gebruikt, zijn alle filters gemarkeerdmet een letter en een kleurcode:
| Kleurocdering |
| Filtertype | Kleurcode | Toepassing |
| P | Wit | Deeltjes (Aerosolen) |
| A | Bruin | Organische gassen en dampen |
| AX | Bruin | Organische gassen en dampen met een kookpunt beneden 65 oC |
| B | Grijs | Anorganische gassen en dampen |
| E | Geel | Zwaveldioxide en zure gassen en dampen |
| K | Groen | Ammoniak |
| HG | Rood | Kwikdampen |
| CO | Zwart | Koolmonoxide |
| Reactor P3 | Oranje | Radioactief iodine, methyl iodide en radioactieve aerosolen |
| |