EN normen voor veiligheidskleding
| EN 342 | Bescherming tegen kou |
![]() |
De norm specificeert testmethodes en eisen die worden gesteld aan de prestaties van kleding die is bedoeld om bescherming tegen kou te bieden. De producten worden getest aan de hand van een methode (B) waarbij de isolatie (X) wordt gemeten van een ensemble (jack/broek) dat wordt gedragen met een basislaag. Bovendien worden de luchtdoorlatendheid (Y) en de waterdampbestendigheid (Z) gemeten. X Isolatie, werkelijke gegevens (hoe hoger het cijfer hoe beter) Y Luchtdoorlatendheid, niveau 1, 2 of 3 Z Waterdampbestendigheid, niveau 1, 2 of 3 |
| EN 343 | Bescherming tegen slecht weer |
![]() |
De norm specificeert testmethodes en eisen die worden gesteld aan stoffen en naden van kleding die is bedoeld om te beschermen tegen slecht weer, oftewel weersomstandigheden met een combinatie van neerslag (regen, sneeuw), mist, vochtigheid en wind bij temperaturen tot -5°C. De kleding wordt getest op waterdichtheid (X) en op waterdampbestendigheid (Y). X Waterdichtheid, niveau 1, 2 of 3 Y Waterdampbestendigheid, niveau 1, 2 of 3 |
| EN 470-1 | Beschermende kleding bij het lassen en aanverwante technieken |
![]() |
De kleding dient de gebruiker te beschermen tegen kleine deeltjes wegspringend gesmolten metaal (EN 348), toevallig contact met vlammen (EN 532) en UV-straling. De kleding dient bij omgevingstemperatuur, gedurende een periode van 8 uur gedragen te worden. |
| EN 471 | Kleding voor goede zichtbaarheid |
![]() |
De norm specificeert eisen die worden gesteld aan kleding die is bedoeld om de gebruiker goed zichtbaar te maken in gevaarlijke situaties, zowel onder alle lichtomstandigheden overdag als bij verlichting door de koplampen van een voertuig in het donker (24 uur, zichtbaarheid). Effectieve zichtbaarheid wordt geboden door een fluorescerende stof en reflecterende strepen. De zichtbaarheid wordt gemeten als een combinatie van de plaats en de positionering van de reflecterende en lichtgevende materialen (X) en de kwaliteit van het reflecterende materiaal (Y). X Plaats reflecterend/lichtgevend materiaal; niveau 1, 2 en 3 Y Reflecterend materiaal; kwaliteit 1 of 2 |
| EN 531 | Bescherming tegen hitte en vlammen |
![]() |
De norm specificeert de eisen die worden gesteld aan de prestaties van beschermende kleding voor werkers die worden blootgesteld aan hitte. Beperkte vlammenspreiding (A) (voldoende/onvoldoende) wordt getest aan de hand van een testmethode die wordt beschreven in EN 532. Om te voldoen aan de eisen die worden gesteld in EN 351 moet de kleding bovendien beschermen tegen ten minste één vorm van hitte. De hitte kan overbrengingshitte B (niveau B1-B5) zijn volgens EN 367, stralingshitte C (niveau C1-C4) volgens EN 366, spatten gesmolten aluminium (D) volgens EN 373 en spatten gesmolten ijzer (E) volgens EN 373. De producten die onder EN 531 vallen, worden getest op bescherming tegen stralings- en overbrengingshitte. |
| EN 533 | Bescherming tegen hitte en vlammen |
![]() |
De norm specificeert de eisen die worden gesteld betreffende eigenschappen op het gebied van beperkte vlamspreiding van materialen en materiaalsamenstellingen die worden gebruikt voor beschermende kleding. Het materiaal of de materialen worden overeenkomstig geclassificeerd met een index voor beperking van vlamverspreiding (X) voor en na een standaard wasprocedure (Y). X/Y Vlamverspreidingsindex, index 1, 2 of 3 Y Aantal wasbeurten bij een bepaalde temperatuur. Indien de index 1 (laagste niveau) is, kan het kledingstuk uitsluitend worden gebruikt over een kledingstuk met index 2 of 3. |
| EN 1149 | Elektrostatische eigenschappen |
![]() |
EN 1149 bevat een aantal eisen en testmethoden voor het meten van de bescherming tegen statische elektriciteit of ontvlambare ontladingen. EN 1149-1 specificeert de elektrostatische eisen en testmethoden voor kleding die bescherming biedt door elektrostatische verspreiding ter voorkoming van gevaarlijke ladingen. Deze richtlijn wordt gebruikt voor het meten van de oppervlakteweerstand van geweven of gebreide stoffen met metalen vezels voor aarding. EN 1149-2 specificeert een testmethode voor het meten van de verticale elektrische weerstand van materialen die worden gebruikt voor het maken van beschermende kledingstukken. Deze Europese richtlijn is niet van toepassing voor het specificeren van bescherming tegen hogere voltages. EN 1149-3 specificeert methoden voor het meten van de verspreiding van elektrostatische ladingen van het oppervlak van materialen die worden gebruikt voor het maken van beschermende kledingstukken. Deze richtlijn wordt gebruikt voor oppervlakte- of kerngeleidende vezels, m.a.w. vezels zonder aarding. EN 1149-5 specificeert productnormen voor kleding die bescherming biedt door elektrostatische verspreiding, gebruikt als onderdeel van een volledig geaard systeem ter voorkoming van gevaarlijke ladingen. Het materiaal dient aan de eisen van EN 1149-3 of 1149-1 te voldoen. |
| EN 13034 | Bescherming tegen vloeibare chemicaliën |
![]() |
Type 6 kleding biedt een beperkte bescherming tegen kleine spatten of een lichte nevel van chemische vloeistoffen. Over het algemeen is deze kleding gemaakt uit vloeistofafstotende, maar niet volledig vloeistofdichte materialen (bv. voor laboratoriumwerkzaamheden). Er worden testen gedaan met betrekking tot vloeistofafstoting, vloeistofpenetratie en een aantal algemene bepalingen zoals schuur, trek– en barstweerstand. Daarnaast is er een kleine bevlammingsproef, waarbij het materiaal niet langer dan 5 seconden mag navlammen na verwijdering van de vlam. Er zijn een aantal specifieke eisen m.b.t. de naden en assemblages. De naadsterkte wordt geclassificeerd. Daarnaast wordt er een spraytest uitgevoerd. Tijdens deze test worden er door een mannequin 7 bewegingen uitgevoerd en mogen er geen vloeistoffen doorgelaten worden. De geteste chemicaliën en de daarbij behorende klasseringen moeten in de gebruiksaanwijzing genoemd worden. |