Terugkerende bezoekers:
 
Inhoud :
Nog geen artikelen

Valbeveliging

PttmastValbescherming
Een valbeschermingssysteem is vereist indien een arbeider het risico looptte vallen vanaf een verhoogde positie boven de toegestane hoogte waarbijvalbeveiliging is vereist. Een persoonlijk valbeschermingssysteem is eenpassief systeem dat alleen in werking treedt bij een val.Nadat de val gestoptis moet de apparatuur buiten gebruik worden gesteld en door een hiervoorbevoegde persoon worden geïnspecteerd. Ieder onderdeel dat bij deinspectie wordt afgekeurd moet worden vervangen.


Risico-inventarisatie
VrijeValenVertragingVoordat de onderdelen van een valbeveiligingssysteemgekozen worden, moeten de gevaren en omstandighedenop de werkplek worden onderzocht. Dit om vast te stellen welkemogelijkheden moeten worden geselecteerd om ook bescherming tebieden tegen eventuele op de werkplek aanwezige secundaire risico’s.Deze secundaire risico’s kunnen o.a. zijn: Elektrische schokken, uitzonderlijkehitte of hete objecten, ontvlambare vloeistoffen en gassen, vonken,vlammen, draaiende machines, basische en zure chemische stoffen, uitzonderlijkekou en ijs, schurende oppervlakken en scherpe randen, harde wind,wankele oppervlakken of bewegende materialen, vloeistoffen en anderestoffen die kunnen overstromen,mogelijke langere reddings- of ophaaltijd.Onderzoek naar deze risico’s stellen u in staat de juiste opties te kiezen vooruw valbeveiligingssysteem. Sommige van deze factoren kunnen wordengecontroleerd door goede lock-out/tag-out-procedures toe te passen.Daarnaast zal een analyse van de geometrie van de werkplek en het valraamu in staat stellen de juiste uitrusting te kiezen.Deze analyse zal vaststellenhoe ver het ankerpunt zich van de werkplek bevindt, de afmeting van dewerkplek, toegangseisen,maximale vrije valafstand,mogelijke slinger- ofzwaaibeweging bij een val en obstructies in het valraam.Na de analyse kuntu vaststellen welk type valbeveiligingssysteem vereist is en welk type onderdelenvan het subsysteem met meest praktisch en veilig in gebruik zijn.

Valpreventiesystemen
Een valpreventiesysteem voorkomt dat iemand van een hoogte valt.Het zalde bewegingsvrijheid van de gebruiker beperken, zodat deze geen plaatsenkan bereiken waar hij kan vallen of de gebruiker stabiliseren en steunen bijwerkzaamheden op hoogte, zodat hij beide handen vrij kan gebruiken.

Werkpositionering
Een werkpositioneringssysteem is vereist indien een gebruiker ondersteunddient te worden om zodoende twee handen vrij te hebben om zijn werk tekunnen doen. Een positioneringssysteem is een actief systeem en wordtgeactiveerd als de medewerker er in gaat hangen.Het is geen vervangingvoor een valbeschermingssysteem. Indien er gevaar bestaat voor vallenvanaf een hoogte waarvoor valbeveiliging is voorgeschreven, dient eenaanvullend valbeschermingssysteem te worden toegepast.

Persoonlijke Afdaal- en stijsystemen
Een persoonlijk afdaal- en stijgsysteem is vereist wanneer een gebruikermoet stijgen, dalen of op een punt boven het werk moet hangen.Het is eenactief systeem en moet altijd in combinatie met een onafhankelijk valbeveiligingssysteemworden gebruikt.

Persoonlijk reddingssysteem
Een persoonlijk reddingssysteem is vereist wanneer een gebruiker uit eenwerkomgeving moet worden gered. Een reddingssysteem is een passiefsysteem dat alleen actief wordt als de gebruiker van een werklocatie moetworden verwijderd. Indien valbeveiliging ook is vereist tijdens de werkzaamheden,moet een apart of ingebouwd valbeschermingssysteem wordentoegepast.

Persoonlijke valbeveiligingssystemen bestaan uit minimaal vijfbasis- onderdelen:
  • Een gordel
  • Een verbindingsmiddel
  • Een verankeringsmiddel
  • Een anker
  • Een reddingssysteem


  • 1. Gordels

    1.1 Definitie
    Er zijn twee soorten gordels: de harnasgordel en de heupgordel.De harnasgordelis de enige toelaatbare gordel die als valbeschermingsmiddel gebruiktmag worden.
    1.2 Harnasgordel
    Een harnasgordel is zo ontworpen, dat de krachten die bij het stoppen vaneen val optreden naar de billen worden geleid.Daarnaast zal het harnaservoor zorgen,mits deugdelijk aangehaakt en afgesteld, dat de gebruikerrechtop blijft na een val tot hij gered kan worden, zelfs als hij bewusteloos is.
    1.3 Heupgordel
    Een heupgordel met een enkele D-ring wordt in de regel gebruikt voorgebiedsbegrenzing, terwijl een gordel met 2 D-ringen op de heupendoorgaans voor werkpositionering wordt gebruikt.

    2. Verbindingsmiddel

    2.1 Definitie
    Een verbindingsmiddel is een samenstelling van componenten inclusief de nodigekoppelingen, bestaande uit alle onderdelen of subsystemen of beide, tussen hetanker of ankerverbinding en de bevestigingen aan de harnasgordel.De meestvoorkomende verbindingsmiddelen zijn lijnen met vaste en verstelbare lengte meten zonder schokdempers, valstopblokken, verticale veiligheidslijnen en lijnklemmen,railsystemen, horizontale veiligheidslijnen en werkpositioneringssystemen.Deze kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie worden toegepast.

    3. Verankeringsmiddelen

    3.1 Definitie
    Het verankeringsmiddel is een onderdeel dat het valbeveiligingssysteem en/ofhet reddingssubsysteem aan een ankerpunt koppelt.Dit kan een permanenteinrichting zijn, zoals een goedgekeurde of geclassificeerde oogbout, of eentijdelijke/verplaatsbare voorziening, zoals een haak, strop, driepoot, enz.Alleverankeringsmiddelen moeten minimaal een belasting van 22 kN per voorvalbeveiliging aangehaakte gebruiker kunnen weerstaan, tenzij zij deel uitmakenvan een speciaal ontworpen, gecertificeerd systeem, of ten minste 2x demaximale belasting voor toepassingen die niet op valbescherming zijn gericht.Het verankeringsmiddel moet gecombineerd kunnen worden met het beschikbaretype anker en de operationele eisen van het toegepaste systeem.

    4. Ankerpunt

    4.1 Definitie
    Een anker is een vast onderdeel vaneen constructie of de grond waaraaneen valbeschermings- en/of reddingssysteemwordt bevestigd.Het ankervoor verticale systemen moet een minimale stootbelasting van 22 kN pergebruiker kunnen weerstaan of ten minste 2x de maximale stootbelastingdie ontstaat bij een val met valbescherming of 2x de maximale belasting voorandere ankertoepassingen.Ankers voor horizontale borglijnen moeten krachtenkunnen weerstaan die veel hoger zijn dan 22 kN, afhankelijk van hettype, de lengte, het aantal aangekoppelde gebruikers, enz.

    5. Reddingssysteem

    In iedere situatie waar gebruik wordt gemaakt van een valbeschermingssysteemmoet een afdoend reddingsplan opgesteld zijn, zodat een gebruikerna een mogelijke val kan worden gered.Dit vereist dat goed getrainde medewerkersmet de juiste reddingsapparatuur aanwezig zijn en in staat zijn omiemand te redden, voordat permanent letsel optreedt.
    Jaarlijkse inspectie
    De norm EN-365 bepaalt dat de fabrikant het belang van een regelmatige inspectie van de betrouwbarewerking van het product moet benadrukken. Bovendien moet een regelmatig onderhoudsinterval worden aanbevolen, afhankelijk van het type, de frequentie van het gebruik en omgevingsfactoren,maar deze onderhoudswerkzaamheden moeten ten minste één keer per jaar worden uitgevoerd. Dit dient te worden gedaan door een hiervoor bevoegde persoon volgens de door defabrikant opgestelde procedures.De EG-richtlijn 89/686 stelt eisen vast met betrekking tot de productveiligheid van Persoonlijke Beschermingsmiddelen. Deze richtlijn is uitputtend, dus de lidstaten hoeven geen extra eisen op testellen met betrekking tot ontwerp en productie.Valbeveiliging is een product dat onder categorie III valt. Dit betekent dat naast de gebruikelijke eisen met betrekking tot het ontwerp, zoals testen door een Europees goedgekeurd laboratorium,CE-markering, gebruiksaanwijzingen in de taal van het land van verkoop, enz., ook de productie moet worden gecontroleerd.Het ISO 9001 kwaliteitsgarantiesysteem van North ziet hierop toe.De richtlijn voor Persoonlijke Beschermingsmiddelen definieert minimumeisen.Deze eisen worden technisch verder uitgewerkt in Europese Normen (EN-normen).De toepassing van deze normen is de meest voorkomende manier om aande richtlijn te voldoen, aangezien hiermee een “veronderstelling tot naleving” wordt bereikt. Als gevolg hiervan kan men in principe aannemen dat het product volgens de richtlijn wordt geproduceerd.

    Een harnasgordel nader toegelicht:

    Harnasgordel

    1. VALBEVEILIGINGSBEVESTIGINGSPUNT
    D-ring of lus tussen de schouderbladen die als valbeveiligingspunt dient.
    2. D-RINGVERLENGER
    45 cm lange band met extra D-ring.Maakt het mogelijk een 100% controle op hetsluiten van de haak uit te voeren en de D-ring gemakkelijk te bereiken.
    3. BORSTRIEM
    Band die de schouderbanden bij elkaar houdt. Zorgt middels een verstelbare gespdat de gebruiker te allen tijde in zijn harnas blijft.
    4. BEENGESPEN
    Verkrijgbaar in doorlus (1 metalen gesp vgl. broeksriem) endoorschuif uitvoering (2-delige metalen gesp, die na afstelleneenvoudig weer in zijn juiste positie doorgeschoven kan worden).
    5. COMFORTGORDEL
    Heupriem met gepolsterde rugsteun. Steunt in combinatie metde heupriem de onderrug in het geval van werkpositioneringstoepassingenwerkpositioneringstoepassingen en kan dienen om gereedschap aan te hangen.
    6. HEUPGORDEL
    Heupriem met gepolsterde rugsteun. Steunt in combinatie metde heupriem de onderrug in het geval van werkpositioneringstoepassingenen kan dienen om gereedschap aan te hangen.
    7. BEENLUSSEN
    Band onder de billen die comfort biedt bij werkpositie en dekrachten verdeelt in het geval van een val.
    8. D-RINGEN VOOR WERKPOSITIONERING
    D-ringen op of net boven de heupen. Te gebruiken voor werkpositie of restrictie.
    9. PIJLEN
    Wijzen naar het valbeveiligingsbevestigingspunt en duiden aan of het harnas nietop zijn kop gebruikt wordt.
    10. BORSTLUSSEN
    Verstevigde lussen voor gebruik bij reddingswerkzaamheden, hetbeklimmen van ladders en bij het afdalen.

    De normen voor valbeveiliging nog even op een rijtje.:

    Normen valbeveiliging
    EN 341 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen - Afdalingsmateriaal
    EN 353-1 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Meelopende valbeschermers met een starre ankerlijn
    EN 353-2 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Meelopende valbeschermers met een flexibele ankerlijn
    EN 354 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Veiligheidslijnen
    EN 355 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Schokdempers
    EN 358 Persoonlijke uitrusting voor werkplekpositionering en ter voorkoming van vallen - Systemen voor werkplekpositionering
    EN 360 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Valbeveiligers met automatische lijnspanners
    EN 361 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Harnasgordels
    EN 362 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Koppelingen
    EN 363 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Valbeveiligingssystemen
    EN 364 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Beproevingsmethoden
    EN 365 Persoonlijke beschermingsmiddelen en overige tegen vallen – Algemene eisen voor de gebruiksaanwijzing, onderhoud, periodieke inspectie, reparatie, markering en verpakking
    EN 517 Geprefabriceerde toebehoren voor daken - Veiligheidshaken
    EN 565 Bergbeklimmersuitrusting - Veiligheidseisen en beproevingsmethoden
    EN 795 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Verankeringspunten – Eisen en beproeving
    EN 813 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Zitharnassen en toebehoren
    EN 1497 Reddingsmiddelen - Reddingsgordels
    EN 1498 Reddingsmiddelen - Reddingslussen
    EN 1868 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Lijst van gelijkwaardige termen
     

    Wij bieden o.a. de volgende merken